De Wet’suwet’en zijn, met hun vijf clans en dertien huisgroepen, de traditionele bewoners van een uitgestrekt gebied in het noorden van British Columbia, Canada, dat zij hun Yintah noemen. Yintah omvat niet alleen het land, maar ook alles wat erop, erboven of eronder leeft. Hun levensader is de Wedzin Kwa (Morice-Bulkley rivier). Cruciaal is dat ze hun land nooit hebben afgestaan via verdragen of verovering. Desalniettemin werden ze in 1891 gedwongen in reservaten te leven, niet-verbonden stukken land die te klein zijn om van te leven, terwijl de staat alle overige gronden en de rechten daarop opeiste. Sinds 2010 ging de Unist’ot’en huisgroep van de Wet’suwet’en hun traditioneel land terug bewonen. Om dat te kunnen volhouden hebben ze onze steun hard nodig.

Kolonisatie en haar gevolgen
Net als bij de overige Inheemse volkeren, ondermijnde de Canadese overheid het traditionele bestuur van de Wet’suwet’en via de Indian Act. Die introduceerde een systeem van verkozen band chiefs met enkel gezag over het reservaat. Tegelijkertijd verboden ze tussen 1884 en 1951 hun traditionele bestuursvorm, de potlatch of balhats, grote bijeenkomsten waar erfelijke chiefs, aangewezen via een matrilineaire lijn, besluiten nemen over het hele traditionele grondgebied. Deze erfelijke chiefs zijn verantwoordelijk voor het welzijn van het land en alles wat erop, erin en erboven leeft.
Daarnaast organiseerde de Canadese overheid residential schools, waar generaties Inheemse kinderen onder dwang werden weggehaald uit hun families, mishandeld en misbruikt met als doel hun eigen taal en cultuur volledig uit te wissen. Heel wat van die kinderen vonden er de dood. Er was ook de ‘sixties scoop’, waarbij Inheemse kinderen massaal bij pleeggezinnen werden geplaatst. Ondanks officiële excuses en een waarheidscommissie (2008-2015) blijft de koloniale erfenis reëel. Inheemse mensen zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen en kinderbescherming, hebben slechtere gezondheidszorg en levensverwachting, en kampen met milieuvervuiling, zoals bijvoorbeeld de kwikvergiftiging in Grassy Narrows, en gebrek aan schoon drinkwater.
Verzet tegen vervuilende pijpleidingen
De Wet’suwet’en verzetten zich al decennia tegen de ontginning van grondstoffen en de bouw van pijpleidingen op hun land. Een historische rechtszaak leidde in 1997 tot de Delgamuukw-Gisday’wa beslissing. In dat vonnis erkende het Hooggerechtshof dat ze nooit hun landrechten hadden verloren. Die erkende ook dat de erfelijke chiefs, niet de verkozen band chiefs, de legitieme hoeders van het land zijn. Toch negeert Coastal GasLink hun gezag door alleen met de verkozen chiefs akkoorden te sluiten en de erfelijke leiders niet te erkennen. Daardoor verdeelt de aanleg van de pijplijnen ook de Wet’suwet’en gemeenschap. De band chiefs, bevoegd voor de reservaten op basis van de Indian Act, zijn vaak eerder voor omdat ze hopen op mogelijks wat jobs of een financiële vergoeding. De dertien erfelijke chiefs van de Wet’suwet’en bestrijden de aanleg van de pijplijnen. Als verantwoordelijken voor de hele Yintah staan ze voor zelfbeschikkingsrecht en bescherming van hun leefwereld.
Sinds 2009 voert de Unist’ot’en huisgroep, een van de dertien huisgroepen van de Wet’suwet’en, directe actie. Ze besloten hun traditionele gronden buiten de reservaten terug te gaan bewonen en bouwden een kamp op hun grondgebied aan de Wedzin Kwa om zeven voorgestelde pijpleidingen tegen te houden. Het gaat onder meer om de Coastal GasLink (CGL)-pijplijn van 670 km voor de export van vloeibaar gas.
In februari 2020 leidde een hard politieoptreden tegen het verzet tot een nationale crisis in Canada. Chief Sleydo’ Molly Wickham riep op tot solidariteit en lanceerde via de sociale media de oproep ‘Shut down Canada’, wat resulteerde in landelijke blokkades van spoorwegen en havens die de economie lamlegden. Het verzet van de Wet’suwet’en krijgt ook internationale steun.

Freda en Sleydo’
Ondanks een gerechtelijke erkenning in februari 2025 dat de politie zich schuldig maakte aan racistische uitspraken tijdens gewelddadige arrestaties in 2021, weigerde de rechter de aanklachten tegen de landverdedigers, onder wie Sleydo’, in te trekken. Haar reactie benadrukte dat het koloniale rechtssysteem haar inherente rechten en verantwoordelijkheden tegenover haar land en voorouders niet kan criminaliseren:
Sleydo’: ‘Dit hele proces is een schending van mijn rechten en verantwoordelijkheden als een Inheems persoon, en mijn verantwoordelijkheden voor de gezondheid en het welzijn van de toekomstige generaties en de Yintah. Het zou niet aan de koloniale rechtbanken moeten zijn om te bepalen hoe wij onze wetten en onze manier van leven uitvoeren. En toch staan we hier, meer dan drie jaar later, in een confrontatie tussen het Wet’suwet’en recht en het koloniale recht na jaren van politiegeweld en onderdrukking door de C-IRG, zonder dat er enige verantwoording is afgelegd. Ik sta niet toe dat de koloniale rechtbanken mij ontmenselijken en criminaliseren. Ik behoor tot mijn land, mijn voorouders, en mijn mensen. Ik ben een moeder, een dochter, een zus, een tante, een goede vriend, en een leider. Ik ben een zanger, ik ben een jager en een revolutionair. Ik sta in de voetsporen van mijn voorouders, en ik draag hun lessen bij me, bij alles wat ik doe.’
Het decennialange verzet van de Wet’suwet’en, ondersteund door organisaties als Amnesty International, is een symbool geworden van de bredere inheemse strijd voor soevereiniteit, zelfbeschikking en rechtvaardigheid tegen een aanhoudend koloniaal beleid.
Talbits Kwa, het Unist’ot’en kamp aan de Wedzin Kwa
Sinds 2010 besloten de Unist’ot’en onder leiding van Freda Huson, chief Howilhkat, hun gebied rond de Wedzin Kwa-rivier opnieuw te bewonen om het te beschermen. Om kracht bij te zetten bij het besluit om het gebied voor toekomstige generaties te behouden, werd de eerste blokhut gebouwd op de exacte plek waar Trans-Canada, Enbridge en Pacific Trails pijpleidingen willen aanleggen onder de rivier.
Ondanks de herhaalde agressie van de Canadese politie houden de Unist’ot’en er stand. Ze moesten voorlopig wel hun checkpoint activiteiten stopzetten. De Unist’ot’en verloren namelijk het proces dat het Coastal GasLink Project tegen hen en hun buren de Gidimt’en voerde omdat ze checkpoints organiseerden op hun gebied om de deelnemers in dat project tegen te houden. Hoewel de Canadese wetgeving hen sinds de Delgamuukw-Gisday’wa Decision erkent als feitelijke rechthebbers over het gebied, zorgt een uitspraak van een lokale rechtbank voor een dwangbevel dat het hen onmogelijk maakt om die rechten te laten gelden.
De Unist’ot’en organiseren solidariteitskampen aan de Wedzin Kwa. Inheemse en internationale vrijwilligers kunnen er komen helpen om het kamp, dat er stilaan uitziet als een echt dorp, verder uit te bouwen, te helpen in de ecologische moestuin en sinds 2016 ook ondersteunend werk te doen bij de healingsessies.
In 2015 bouwden de Unist’ot’en er namelijk met de hulp van die Inheemse en internationale vrijwilligers een Healing Centre dat een dekoloniale missie verwezenlijkt. Het herstelt de relatie met het land, de cultuur en de voorouders om zo het welzijn en de veerkracht van inheemse gemeenschappen te versterken. Het centrum biedt programma’s die traditionele kennis centraal stellen en fungeert als een correctie op onder meer de verwoestende erfenis van residential schools. Inheemse mensen die gebukt gaan onder de gevolgen van die erfenis kunnen er terecht.
Karla Tait, directeur van het Healing Centre: “Een van de dingen die Freda altijd zei is: ‘Heal the people, heal the land’. Dat is zo cruciaal! Want als je een gekoloniseerd volk hebt met een gekoloniseerde mentaliteit, dat niet de kans krijgt om hun Inheemse manier van kennis terug te winnen, zie je dezelfde soort ontkoppeling en veronachtzaming voor het land en de natuur die we zien bij de kolonisten.”
Een gesprek met Freda—die zelf genezing vond door terug te leven op het land—inspireerde Karla Tait om psychologie te studeren en het werk in het Healing Centre op te starten. Ze combineert westerse kennis met traditionele genezing, waarbij het land zelf centraal staat als helende kracht. Het zaadje dat Freda plantte, groeide uit tot een beweging van heling, bewustwording en verzet.

Karla Tait met dochtertje Oyate voor het Healing Centre
Karla Tait: “We vragen (niet-Inheemse vrijwilligers) om eerst hun huiswerk te maken. Er zijn veel goede teksten over hoe je jezelf kunt dekoloniseren en hoe je een “bondgenoot” kunt worden. We gaan nooit in op verzoeken van mensen om hen te leren hoe ze Wet’suwet’en moeten worden of hoe ze onze gebruiken moeten volgen. Maar als mensen met respect komen, zullen ze sowieso getuige zijn van de manieren waarop we voor het land zorgen, door hier te zijn en doorheen het werk dat we doen. Dat is ook de manier waarop wij lesgeven: door getuige te zijn en deel te nemen. We zijn geen cultuur van formele of geschreven didactische instructie en directe vragen en antwoorden.”
Steun is hard nodig
De Unist’ot’en blijven oproepen tot solidariteit van vrijwilligers die komen meewerken op het kamp. Met BANAI doen we een warme oproep aan geïnteresseerden om in te gaan op die oproep en een beklijvende ervaring op te doen op Inheems land.
Karla Tait: “Ik ben er echt trots op dat wij als Unist’ot’en en sommige van de Wet’suwet’en die hier een helingsprogramma volgen, in deze ruimte elkaar kunnen ontmoeten in solidariteit met vestigingskolonist-bondgenoten die hun eigen helende werk hebben gedaan. Vestigingskolonisten die de schade uit het verleden erkennen en willen rechtzetten en die zich persoonlijk willen inzetten om die relaties te herstellen. Ik hoop dat als vrijwilligers hier komen om te helpen, dat een beetje een wereldwijde rimpeling vormt. Dat ze hier goede ervaringen opdoen en die delen als ze terug thuis komen. En hopelijk nemen ze een aantal goede praktijken mee rond het centraal zetten van de zorg voor het land en helend werk, en rond dekoloniserend werk en verzet.”
Daarnaast is echter ook veel geld nodig om alle kosten te kunnen dragen. In de eerste plaats zijn er de juridische kosten van de rechtszaken die de multinationals tegen de Unist’ot’en openen. Fondsen daarvoor zijn op dit moment absoluut cruciaal en een belangrijke prioriteit. Uw bijdrage zorgt er ook voor dat supporters op het land voedsel en medische benodigdheden hebben, dat Unist’ot’en-jongeren hun grondgebied kunnen bezoeken en dat Wet’suwet’en-oudsten over de nodige materialen beschikken om traditionele jacht-, verzamel-, voedselverwerkings-, taalvaardigheden, liederen en verhalen te onderwijzen. Uw financiële bijdragen stellen de Unist’ot’en in staat om het hele jaar door op hun grondgebied aanwezig te blijven.
Wil ook jij het werk van de Unist’ot’en steunen en hun rechten helpen verdedigen? Doe dan een gift op BE16363257586974 met vermelding “Unist’ot’en camp” . Jouw solidariteit maakt het verschil.
Volg de Unist’ot’en via https://unistoten.camp/ en op FB en instagram
Deel
Deel dit bericht
Kom nu in actie om de Lakota te helpen: -One Spirit steunt en ondersteunt de Lakota al 20 jaar. Uw donatie gaat naar: Bestrijdt honger met voedzame voeding. Geeft de Lakota meer macht door middel van voedselsoevereiniteit. Haalt mensen uit de armoede door goede banen te creëren. Geeft jongeren onderwijs en biedt recreatiemogelijkheden. Houdt huizen
In 2018 werd in Rapid City, Zuid Dakota, NDN Collective opgericht. De non-profit organisatie werkt samen met ruim 200 Inheemse groepen in Noord-Amerika en zet zich in voor zelfbeschikking, rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling voor Inheemse gemeenschappen. ‘NDN’ is trouwens een populaire afkorting voor ‘Indian’ in online communities. Kort samengevat is NDN Collective een strijdbare, eigentijdse

